De Locals van Drie Hoefijzers, Breda

Op het voormalige terrein van brouwerij Oranjeboom heeft Drie Hoefijzers in Breda zich ontwikkeld tot een levendige binnenstedelijke buurt met een rijke historie. Waar ooit de geur van hop en mout en het ritme van industrie en spoor het dagelijks leven bepaalden, is stap voor stap een stadswijk ontstaan met woningen, werkplekken, horeca en ruimte voor ontmoeting. Het verleden is daarbij nooit verdwenen en blijft zichtbaar in het straatbeeld. Oudere bewoners koesteren de herinneringen aan de brouwerij en het bedrijvige karakter van de wijk. Vandaag de dag is dat industriële verleden verweven met een nieuwe generatie bewoners die hier hun thuis hebben gevonden.

"Vroeger moesten we op tijd opstaan voor ons werk. Nu doen we het rustig aan. De ochtend is van ons."

Mario

Marja en Mario hebben net geluncht met hun vrienden Toos en Ad bij Koffiezaak Baronesse. Gelukkig ligt de zaak zelfs voor Marja op loopafstand van hun appartement. Marja: “In 2016 was ik met Mario op vakantie in Amerika toen ik werd aangereden door een achteruitrijdende auto. Terug in Nederland bleek het ernstiger dan gedacht. Ik kreeg een knieprothese en ben inmiddels vijf keer geopereerd. Kort voor het ongeluk was ik omgeschoold van kapster naar voedingsassistente, maar door het ongeluk kon ik niet meer terug naar mijn werkgever.” Mario en Marja kennen elkaar inmiddels dertien jaar. Marja: “We waren allebei eerder getrouwd en weer alleen. Via de datingsite 50plus leerden we elkaar kennen. Het klikte meteen.” Kort voordat ze gingen samenwonen in hun appartement, kreeg Mario slecht nieuws. “Ik heb een zeldzame vorm van kanker en ben ongeneeslijk ziek. We hebben nog getwijfeld over de koop, maar die toch doorgezet. Daar hebben we geen spijt van.” Mario stond op het punt om na een mooie carrière als politieagent met pensioen te gaan. Hun leven als pensionado’s ziet er nu anders uit dan verwacht. Mario: “Marja wordt beperkt door haar knie en ik heb veel afspraken en behandelingen in het Erasmus Ziekenhuis.” In hun appartement is de liefde voor het politievak duidelijk zichtbaar. Mario verzamelt speelgoedpolitieauto’s en politie-emblemen uit de hele wereld. “Toen ik vier jaar was, wilde ik al politieman worden. Dat kwam door mijn buurman. Hij was agent en ik zag hem altijd op de motor thuiskomen. Het is in de familie gebleven, want mijn dochter werkt nu ook bij de politie.” Ondanks hun gezondheidsproblemen proberen Mario en Marja van het leven te genieten. Marja: “Na mijn ongeluk hebben we zelfs nog twee mooie reizen door de VS gemaakt. Omdat je daar veel met de auto reist, was dat goed te doen. We gaan graag bij mensen op bezoek en ontvangen ook vaak visite. Mijn jongste zoon heeft een café aan de haven in Breda. Daar drinken we weleens een biertje.” Mario: “Vroeger moesten we op tijd opstaan voor ons werk. Nu doen we het rustig aan. De ochtend is van ons.”

"We wilden terug naar de reuring van de stad. Nu wonen we hier op de derde verdieping, voor het eerst in mijn leven in een appartement."

Helga

Helga komt net terug van de winkel, waar ze in haar pauze een pakketje heeft opgehaald. Ze moet zo weer aan het werk. Helga: “Ik ben manager bij een woningcorporatie. De ene dag werk ik thuis, de andere dag op kantoor. Ik houd van de afwisseling in mijn werk.” Sinds anderhalf jaar woont ze weer in Breda. Helga: “We hebben altijd in Breda gewoond en de afgelopen vijf jaar in Prinsenbeek. Daar hadden we een leuk huis, maar Prinsenbeek was ons wat te dorps. We wilden terug naar de reuring van de stad. Nu wonen we hier op de derde verdieping, voor het eerst in mijn leven in een appartement. Dat is anders dan een huis met een tuin, maar wel heel prettig.” De auto heeft ze bijna niet nodig. “Ik kan lopend naar de sportschool en met het openbaar vervoer naar mijn werk.” Maar wat zit er in dat pakketje dat ze net heeft opgehaald? Helga: “Een snuisterij voor in huis. Ik vind het leuk om met interieur bezig te zijn en tweedehands spullen te kopen. Dit heb ik op Vinted gekocht. Zal ik het openmaken?” Haar stijl omschrijft Helga als strak. “En dan vrolijk ik het op met gekleurde freubels.” Uit het pakketje komen twee knalgele honden tevoorschijn. “Het is een setje. En zie je wat dit is? Dit is een wc-rolhouder. Die kleur is echt fantastisch!” Haar liefde voor decor zat er al vroeg in. “Ik heb decorbouw gestudeerd in Utrecht. Daarna ben ik per ongeluk in de HR terechtgekomen en dat vond ik ook hartstikke leuk.”

"Zelfs als ik boos ben, maakt hij me aan het lachen."

Maysa

De ijscoboer staat in de straat en Len en Maysa hebben een wafel gekregen. Maysa: “We hoorden de ijscowagen en toen zei ik: ‘Denk jij wat ik denk?’ Toen gingen we erheen en vroegen we of we iets gratis mochten hebben. We kregen een wafel met een beetje slagroom. Ik ken die man van de ijscokar al heel lang. Hij komt altijd door de straat.” Maysa en Len kennen elkaar van school en spelen vandaag bij Len. Maysa legt uit hoe ze vrienden werden: “We waren buiten aan het spelen en toen zei ik: ‘Hoi, hoe heet jij?’ Toen zei hij: ‘Len. Wil je samen spelen?’ En toen zei ik: ‘Goed.’ We hebben tikkertje of verstoppertje gespeeld. Daarna vroeg ik: ‘Wil je een keer afspreken?’ En hij zei: ‘Dat is goed.’ Toen gingen we op de fiets naar mijn huis en hebben we dikke snacks gegeten. Onze buik zat helemaal vol.” In de klas mogen de twee vrienden niet meer naast elkaar zitten. Len: “Dan kletsen we te veel.” Waarom ze zulke goede vrienden zijn? Len: “Zij lacht altijd om mijn grappen. We zijn gewoon heel grappig. Het is moeilijk uit te leggen waarom we vrienden zijn.” Maysa: “Zelfs als ik boos ben, maakt hij me aan het lachen.” Morgen is het weekend. Dan hebben Maysa en Len allebei een wedstrijd. Maysa: “Welke sport denk je dat ik doe? Ik zit op kickboksen.” Len: “En ik zit op rugby.”

"Op zonnige dagen zit het terras helemaal vol. Kinderen spelen dan graag op het waterelement dat hier is aangelegd."

Jason

Jason Cai en zijn vrouw Jin Yu zijn de eigenaren van koffiezaak Baronesse. Hun zaak krijgt veel vijfsterrenreviews vanwege de heerlijke koffie. Beiden hebben een baristacursus gevolgd om de lekkerste koffie te kunnen zetten. Jason: “Dat was oefenen, oefenen, oefenen. Maar als je dan voor het eerst echt een figuurtje kunt maken, dan ben je wel trots!” Jason: “We hebben verschillende zaken gehad: een cafetaria, een tabakszaak en een friettent.” Jin legt uit dat ondernemerschap voor hen vanzelfsprekend is: “Het zit in de genen. In onze familie heeft iedereen een eigen bedrijf.” Toen het steeds lastiger werd om goed personeel te vinden, besloten ze een koffiezaak te beginnen. Jason: “In een cafetaria moet je tot laat werken. In een koffiezaak ben je eerder klaar. Ook hoef je niet te bakken en braden. Het werk is wat lichter en tot nu toe hebben we geen extra personeel nodig.” Behalve als er grote groepen komen. Dan roepen ze de hulp van hun kinderen in. Jin: “Ze zijn 19 en 17 jaar. Als we weten dat het druk wordt, komen ze ons helpen. En soms staan opa en oma dan ook paraat.” De koffiezaak zit nog in de opbouwfase. Jason: “Het enige nadeel hier is dat we niet op de looproute naar de stad liggen. Mensen moeten ons echt weten te vinden. De goede reviews op Google helpen wel daarbij. Daardoor krijgen we ook aanloop van mensen die wat langer op hun trein moeten wachten. En veel buurtbewoners zijn vaste klant bij ons.” Jason: “Op zonnige dagen zit het terras helemaal vol. Kinderen spelen dan graag op het waterelement dat hier is aangelegd.” Jin: “En over een paar weken staat alles hier prachtig in bloei.” Jason: “Een aantal buurtbewoners zet zich vrijwillig in om de buurt schoon te houden. Er heerst hier een fijn buurtgevoel.”

"Het voelt een beetje als kamperen: dat moment waarop de tent echt staat en je op je stoeltje kunt gaan zitten."

Jasper

Onder in appartementengebouw Hendric zit digital agency Groowup. Jasper is een van de eigenaren en vertelt hoe het bedrijf hier terechtkwam: “We hebben altijd kantoren gehuurd. Dat begon zeventien jaar geleden met drie man in een pand aan de andere kant van het station.” Het bureau groeide uit tot een team van acht mensen. Een aantal jaar geleden besloten ze voor het eerst een pand te kopen in plaats van te huren. Jasper: “Het was een uitdagende stap, want de coronaperiode lag nog maar net achter ons. Een pand financieren, verhuizen en inrichten kostte behoorlijk wat kruim. Maar nu we hier een paar jaar zitten, is het genieten. Het voelt een beetje als kamperen: dat moment waarop de tent echt staat en je op je stoeltje kunt gaan zitten.” Het mooie kantoorpand leverde hem ook een fijne medewerker op. “Sacha, die hier werkt, fietste langs en dacht: daar wil ik werken. Ze zag zichzelf hier al helemaal zitten. Dus ze belde en mailde, en nu werkt ze hier. Ik ben superblij met haar.” De locatie vlak bij het station is voor Jasper en zijn team ideaal. “Ik heb twee medewerkers uit Dordrecht en iemand die net naar Antwerpen is verhuisd. Zij komen dagelijks met de trein. Ook als we naar klanten gaan, nemen we vaak de bus of trein.” De binnentuin is volgens Jasper een aanwinst. “Daar kun je lekker lunchen en we bakken er ook weleens een pizzaatje.” Jasper woont met zijn gezin vlak bij zijn zaak. “’s Morgens breng ik mijn kinderen op de fiets naar school en daarna fiets ik door naar kantoor. ’s Middags zie ik mijn vrouw vaak met de kinderen langsfietsen. Dat is natuurlijk een prachtig plaatje.”

"Het is een gezellige volksbuurt. Je wandelt in een kwartier naar de stad en in drie minuten ben je op het station."

Ad

Meer dan 42 jaar woonden Ad en zijn vrouw in een eengezinswoning, een paar straten verderop. Ad: “De stap naar dit nieuwe appartement is ons buitengewoon goed bevallen. We hebben ons oude huis geen moment gemist.” Ad zet zich vrijwillig in als huismeester van woongebouw Hendric. “Dat doen we met z’n vijven. Vandaag spuit ik met de hogedrukspuit het groen van de tegels. Dat doe ik één keer per jaar. Verder zorgen we ervoor dat het onkruid wordt verwijderd en de binnentuin wordt onderhouden. De VvE heeft ons gevraagd of we daar een vergoeding voor willen hebben, maar dat willen we niet. Eens per jaar gezellig uit eten is voldoende!” Hij en zijn vrouw wilden graag in de buurt blijven wonen. Ad: “Het is een gezellige volksbuurt. Je wandelt in een kwartier naar de stad en in drie minuten ben je op het station.” Dat Ad en zijn vrouw hun oude huis geen moment hebben gemist, komt vooral door de gezelligheid in het gebouw. “De bouw duurde tweeënhalf jaar. Op zondagochtend gingen we regelmatig kijken hoe het ervoor stond. Zo leerden we al veel toekomstige bewoners kennen. Het is een leuke club mensen hier.” Ook door zijn rol als huismeester is hij een bekend gezicht. “Mensen weten me te vinden. Als er iets is met bijvoorbeeld de deuren in het gebouw, bellen ze de huismeesters. Dan kijken we of we kunnen helpen.” Naast zijn werkzaamheden als vrijwillige huismeester geniet Ad van zijn pensioen. “Ik werkte bij de financiële administratie van de politie. Nu wandelen en fietsen we veel. Je kunt hiervandaan zo de polders in fietsen richting Prinsenbeek, Terheijden of Teteringen.”