Publicatie

Biodiversiteitsonderzoek Wickevoort: landschap en leefomgeving versterken elkaar

8 mei 2026

Op Landgoed Wickevoort onderzochten AM en NLadviseurs wat natuurinclusieve gebiedsontwikkeling betekent voor biodiversiteit. Niet alleen vandaag, maar ook op de lange termijn. De uitkomsten laten zien dat bewuste keuzes in landschap, groen en leefomgeving daadwerkelijk verschil maken.

Op het historische landgoed in Cruquius realiseerden wij samen met de gemeente Haarlemmermeer en zorginstelling SEIN een woonwijk met ruim 860 woningen. De ontwikkeling is ontworpen met respect voor het bestaande landschap en de karakteristieke bosgordel van het gebied.

Hier wonen mensen in een groene, energieneutrale leefomgeving met gedeelde voorzieningen zoals een duurzame boerderij, elektrische deelauto’s en een kinderboerderij. Groen, ontmoeting en gezond leven komen hier vanzelf samen.

Biodiversiteit in beeld

Nu het noordelijke deel van de wijk is gerealiseerd, ontstond de vraag: wat betekent deze ontwikkeling voor flora en fauna in het gebied? Omdat er vóór de ontwikkeling geen nulmeting beschikbaar was, kozen de onderzoekers voor een andere aanpak. Met behulp van indicatorsoorten werd gekeken naar de geschiktheid van het leefgebied in 2016, 2026 en 2036. Daarbij stonden habitatkwaliteit en vijf belangrijke voorwaarden centraal: verblijfplaats, voedsel, veiligheid, verbinding en variatie.

Positieve impact zichtbaar

De analyse laat zien dat de biodiversiteitswaarde van het gebied de komende jaren zichtbaar groeit. Soorten die profiteren van een gevarieerd, groen-stedelijk landschap laten een duidelijke verbetering zien richting 2036. Zo dragen bloemrijke vegetaties, nieuwe ecologische verbindingen, verblijfplaatsen en groenblauwe structuren bij aan een aantrekkelijk leefgebied voor onder meer de gewone dwergvleermuis, huismus, pimpelmees en het icarusblauwtje. Ook soorten als de kleine watersalamander en houtsnip profiteren op termijn van nieuwe waterpartijen, beschutte zones en de verdere ontwikkeling van het landschap.

Scherpe keuzes blijven nodig

Tegelijkertijd maakt het onderzoek duidelijk dat natuurinclusief ontwikkelen vraagt om zorgvuldige afwegingen. Niet iedere soort profiteert automatisch van verandering. Soorten die afhankelijk zijn van rust, open ruimte en grootschalige bosstructuren, zoals de buizerd, torenvalk en grote bonte specht, kunnen juist habitat verliezen door verstoring en het verdwijnen van oude bosranden of open agrarisch landschap. Juist dat inzicht maakt het onderzoek waardevol. Het laat zien hoe belangrijk het is om niet alleen woningen toe te voegen, maar ook te blijven investeren in ecologische verbindingen, rustzones en variatie in het landschap.

Een wijk die meegroeit met de natuur

De conclusie is helder: de natuurinclusieve inrichting van Wickevoort heeft op de lange termijn een positief effect op een breed scala aan soorten. Vooral soorten die gedijen in een groen stedelijke omgeving profiteren van de ontwikkeling. Daarmee laat Wickevoort zien dat gebiedsontwikkeling en biodiversiteit elkaar kunnen versterken, wanneer het landschap vanaf het begin onderdeel is van het ontwerp.