Op het historische landgoed in Cruquius realiseerden wij samen met de gemeente Haarlemmermeer en zorginstelling SEIN een woonwijk met ruim 860 woningen. Vanaf de eerste plannen stond één uitgangspunt centraal: het landschap laten leiden.
Die ambitie werd al vroeg vastgelegd in de visie en het DNA van het gebied. De bestaande bosgordel, groenstructuren en landschappelijke kwaliteiten vormden het vertrekpunt voor de ontwikkeling van een groene, energieneutrale leefomgeving met gedeelde voorzieningen zoals een duurzame boerderij, elektrische deelauto’s en een kinderboerderij. Zo ontstond een buurt waar wonen, natuur en ontmoeting elkaar versterken.
Biodiversiteit als onderdeel van elk ontwikkelplan
Met het onderzoek wilde AM inzicht krijgen in de ecologische impact van de ontwikkeling en toetsen in hoeverre de biodiversiteitsambities van het gebied daadwerkelijk worden waargemaakt. Het sluit aan op de bredere ambitie van AM om in ieder ontwikkelplan leefgebieden te integreren voor verschillende soorten flora en fauna. Het doel is om per project geschikte habitats te ontwikkelen voor minimaal vijf soorten. In Wickevoort is die ambitie nadrukkelijk verder doorgetrokken. Met behulp van indicatorsoorten onderzochten de onderzoekers hoe de habitatkwaliteit zich ontwikkelt in 2016, 2026 en 2036. Daarbij stonden vijf belangrijke voorwaarden centraal: verblijfplaats, voedsel, veiligheid, verbinding en variatie.
Positieve impact zichtbaar
De analyse laat zien dat de biodiversiteitswaarde van het gebied de komende jaren zichtbaar groeit. Soorten die profiteren van een gevarieerd, groen stedelijk landschap laten een duidelijke verbetering zien richting 2036. Zo dragen bloemrijke vegetaties, nieuwe ecologische verbindingen, verblijfplaatsen en groenblauwe structuren bij aan een aantrekkelijk leefgebied voor onder meer de gewone dwergvleermuis, huismus, pimpelmees en het icarusblauwtje. Ook soorten als de kleine watersalamander en houtsnip profiteren op termijn van nieuwe waterpartijen, beschutte zones en de verdere ontwikkeling van het landschap.
Scherpe keuzes blijven nodig
Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat natuurinclusief ontwikkelen vraagt om zorgvuldige keuzes. Niet iedere soort profiteert automatisch van verandering. Soorten die afhankelijk zijn van rust, open ruimte en grootschalige bosstructuren, zoals de buizerd, torenvalk en grote bonte specht, kunnen juist habitat verliezen door verstoring en het verdwijnen van oude bosranden of open agrarisch landschap. Juist daarom betrekken wij steeds vaker al vroeg in het ontwerpproces een huisecoloog. Door vanaf het begin te sturen op de juiste habitats voor verschillende doelsoorten, ontstaan sterkere en toekomstgerichte leefomgevingen waarin natuur en gebiedsontwikkeling beter in balans zijn.
Leren van het landschap
Het onderzoek biedt niet alleen inzicht in de ontwikkeling van Wickevoort, maar levert ook waardevolle lessen op voor toekomstige projecten. De uitkomsten helpen om volgende fases van het gebied verder te versterken en nieuwe ontwikkelingen nog beter af te stemmen op biodiversiteit, landschap en leefkwaliteit. Daarmee laat Wickevoort zien dat gebiedsontwikkeling en natuur elkaar kunnen versterken, wanneer ecologie vanaf het begin onderdeel is van het ontwerp.