Wereldwijd neemt het aantal soorten planten en dieren af. Door menselijke bebouwing hebben ze steeds minder leefruimte. Natuurinclusief bouwen is daarom noodzakelijk om de natuur te herstellen. Zoë Amsterdam is het meest natuurinclusieve woongebouw van Nederland. Een inspiratiebron voor toekomstige projecten, aldus projectontwikkelaar Jurgen van de Laarschot.
Dit is het meest natuurinclusieve gebouw van Nederland
Je hoort het begrip ‘natuurinclusief’ overal, maar wat wil het nu eigenlijk zeggen? Jurgen: “Natuurinclusief bouwen wil zeggen dat je de natuur versterkt op de plek waar je bouwt. We doen geen afbreuk aan planten en dieren die er op locatie zijn, maar hebben de intentie om er positief aan bij te dragen.” De gemeente Amsterdam weet dat het dringend aan de slag moet met natuurinclusief bouwen. Voor de toekomst van de stad en vooral voor de toekomst van de natuur. Jurgen: “Voor de gemeente en AM is Zoë een kans om kennis op te doen op dit vlak. Natuurinclusief bouwen is namelijk de kern van dit project. Zo krijgen we inzicht in wat werkt en wat niet en kunnen we deze kennis gebruiken in toekomstige gebiedsontwikkelingen.”
Meest natuurinclusieve gebouw van Nederland
Daarom besloot AM alles uit de kast te trekken om Zoë neer te zetten als het meest natuurinclusieve gebouw van Nederland. Jurgen: “Met een team van adviseurs waaronder een ecoloog, wetenschappers van de Universiteit van Wageningen, een architect en landschapsarchitect werkten we onze tenderinzending uit en we wonnen!” Maar natuurlijk ben je er dan nog niet. Hoe komt zo’n droomplan ook tot werkelijkheid?
Zo is er een drasland met een vochtige bodem, een kruiden- en grastuin, er zijn bloemrijke tuinen die insecten aantrekken en tuinen waar meer heesters groeien.
Een burcht van natuur
Jurgen: “Door in de tenderfase direct die kennis en knowhow van onze adviseurs in te zetten, stond er al een gedegen basis. Die leidde vervolgens tot het ontwerp dat er nu ligt. Een ontwerp waar planten en dieren op alle niveaus de ruimte krijgen.” Zoë wordt een burcht van natuur. Jurgen: “Te beginnen met de naastgelegen gracht waar watervogels en vissen zwemmen en de groene kades vol leven zitten. Direct aan het water gelegen ligt de kadetuin, waar bewoners via stapstenen doorheen wandelen en de looproute naar de daktuinen kunnen volgen. Deze daktuinen hebben verschillende hoogtes en ieder hun eigen thema. Zo is er een drasland met een vochtige bodem, een kruiden- en grastuin, er zijn bloemrijke tuinen die insecten aantrekken en tuinen waar meer heesters groeien waarin mussen kunnen schuilen. Elke daktuin is zo ingericht dat specifieke doelsoorten er kunnen nestelen, wonen of groeien en bloeien. Van de scholekster tot de slechtvalk en de koolmees en van de bruine duizendpoot tot de rosse metselbij en de pissebed.” Ook is er een gemeenschappelijke tuinkamer. Alles is zo bedacht dat mens en natuur optimaal kunnen samenleven. Het gehele gebouw krijgt groene gevels waar over een aantal jaren de planten weelderig langs de ramen van de woningen groeien.
Garanties zijn er niet
Volgens Jurgen komt er flink wat techniek bij kijken om al dat leven in en om het gebouw te laten groeien en krioelen: “Je hebt te maken met constructie, grondsoorten, waterhuishouding, materiaalsoorten, over alles is tot in detail nagedacht.” Het plan richt zich op 60 tot 70 inheemse planten- en dierensoorten. “Dit zijn deels planten en dieren die op deze locatie al aanwezig zijn en die we graag behouden. Ook zijn mogelijke nieuwkomers, soorten waarvan we hopen dat ze hier nog gaan groeien of leven.” Ondanks de uitzonderlijke aandacht voor optimale inrichting, zijn er geen garanties, vertelt Jurgen: “Als het goed is wordt het gebouw jaar na jaar biodiverser en groener. Maar hoezeer we het gebouw ook afstemmen op de doelsoorten, de natuur laat zich niet sturen. De ruimtelijke omgeving is ook van invloed. Het blijft dus een uitdaging, maar wij geloven hierin.”
Aandacht voor natuur én mens
Het vinden van het juiste evenwicht tussen bewoners en natuur bleek een flinke opgave in het project, legt Jurgen uit. “Als ontwikkelaar gaan we voor het meest natuurinclusieve gebouw, maar mag dit niet ten koste gaan van de woonkwaliteit en de verkoopbaarheid van de woningen. Zeker, we hebben in het ontwerp moeten sturen om ook ruimte te bieden aan de planten en de dieren. Een woning moet bijvoorbeeld ook voldoende daglicht binnenkrijgen. Samen met de architect en landschapsarchitect hebben we steeds weer gezocht naar de balans tussen de belangen van de planten en de dieren en het belang van de bewoners.” Dat leidde tot het prachtige ontwerp dat er nu is. Van de Vogelbescherming ontving ZOË al de award Natuurinclusief bouwen. Jurgen: “Ik zie dit als een erkenning voor de fase die we nu hebben neergezet. De fase waarin we ambities hebben omgezet naar ontwerpkeuzes. Wat nu volgt is het realiseren van het ontwerp en natuurlijk het monitoren. Wageningen Universiteit blijft de komende jaren volgen hoe planten en dieren zich ontwikkelen in en rondom het gebouw. Die kennis is waardevol voor toekomstige gebiedsontwikkeling.”
De stem van planten en dieren
Belangrijk bij een gebouw als Zoë is het behouden en onderhouden van al het leven. Jurgen: “De taak van de ontwikkelaar zit er meestal op na oplevering van een project. Maar hier blijven we langer betrokken. We steken extra aandacht in het overdragen van het onderhoud. We geven de planten en dieren een stem in de Vereniging van Eigenaren door een groencommissaris aan te stellen. We zorgen dat de VvE een beheerplan van ons krijgt, waarin precies staat hoe alles onderhouden wordt. Ook schenken we een groenfonds dat de eerste vijf jaar de extra kosten voor de natuurinclusieve ambitie dekt.”
Dit is er geleerd
Natuurinclusief bouwen wordt de komende jaren steeds meer de norm. Welke lessen biedt Zoë voor de toekomst? Jurgen: “De energie en de investering die we in Zoë hebben gestoken is uitzonderlijk. De ervaring die we hebben opgedaan kunnen we absoluut toepassen in andere gebieden. Het is bijvoorbeeld belangrijk om gerichte keuzes te maken en goed te kijken waar je wel en niet voor kiest.” Ook door standaardisatie kun je sprongen maken met natuurinclusief bouwen. Zo werkt Jurgen op het moment met een team aan een schaalbare oplossing voor natuurinclusieve gevels, genaamd CASSET!: “De gevels van de appartementen van Zoë hebben een grote diversiteit. Het ene deel van de gevel biedt veel mogelijkheden voor het groen, een ander deel is juist gericht op voorzieningen voor de bewoner zoals een balkon of een raam. We werken nu toe naar modules die enerzijds die variëteit hebben en anderzijds repeteerbaar zijn. Een systeem met vaste breedten en hoogtes, waar we verschillende invullingen aan kunnen geven. Een soort legosysteem voor een natuurinclusieve gevel."
We hopen dat ze straks trots zijn op de levendige locatie waar ze wonen, dat ze ’s ochtends wakker worden met het geluid van vogels.
Met de snoeischaar in de hand
Zoë Amsterdam gaat de komende jaren letterlijk tot leven komen. Bewoners gaan hier genieten van wonen in de stad én te midden van planten en dieren. Jurgen: “We hopen dat ze straks trots zijn op de levendige locatie waar ze wonen, dat ze ’s ochtends wakker worden met het geluid van vogels en dat een deel van hen zich ook wil inzetten met de snoeischaar in de hand.”