De mening van consumenten over duurzaam wonen

In Delft ontwikkelt AM op het voormalige TNO-terrein een zeer duurzaam woongebied: Schoemaker Plantage. Met een aantal bewoners die hier in de eerste fase van de ontwikkeling een NOM-woning hebben gekocht is een diepte-interview gehouden. De diepte-interviews geven een beeld van de beweegredenen, de ervaringen en het gedrag van de woonconsument, in relatie tot duurzaam wonen. Ook zijn de bewoners gevraagd naar hun opvattingen over de duurzaam wonen-thema’s energie, water, materiaal, afval, mobiliteit, gezondheid en comfort.

Waarom deze zeer duurzame woning gekocht?

Duurzaamheid heeft voor iedereen een eigen betekenis. Voor de een gaat het om grondstoffen, terwijl de ander het ziet als een onderdeel van een geopolitiek en internationaal probleem. De onderwerpen energie, materiaal (eindigheid van grondstoffen) impact op het milieu en de gevolgen voor het klimaat worden veel genoemd. Daarnaast leeft sterk de behoefte om de milieu- en klimaatproblemen aan te pakken. In alle interviews geven de bewoners aan dat duurzaamheid een cruciale of beslissende rol heeft gespeeld in de aankoopbeslissing, ook al beseften sommigen dat pas toen het project Schoemaker Plantage op hun pad kwam.

De specifieke beweegredenen voor de aanschaf van een NOM-woning zijn een mix van ‘geen energielasten meer hebben’ en ‘de eigen impact op het milieu en klimaat verminderen’. De financiële component blijkt niet de belangrijkste beweegreden. Het kan beter gezien worden als een voordeel dat de maandlasten niet (veel) hoger uitvallen dan bij een standaardwoning. Het feit dat je met weinig moeite een bijdrage kan leveren aan het milieu wordt als een groot pluspunt gezien: het is de meest genoemde beweegreden om te kiezen voor een NOM-woning. Gemak en ‘ontzorgen’ spelen daarbij eveneens mee. Er zijn wel verschillen tussen de verschillende doelgroepen in hun beweegredenen en die komen overeen met wat we zagen in de enquêteresultaten. Zo valt op dat de rode doelgroep veel meer getriggerd wordt door het hogere doel om een bijdrage te leveren aan een oplossing voor de milieuproblematiek. De financiële component speelt voor deze groep een minder belangrijke rol. Daarnaast zijn zij ook een stuk kritischer over de woning en bijvoorbeeld hoe duurzaam zonnepanelen werkelijk zijn.

‘Ik vond het aanschaffen van deze woning een makkelijke stap om duurzamer te leven, zonder dat je hier iets van merkt in je comfort.’

Hoe bevalt het wonen in een nieuwe NOM-woning?

Over de informatievoorziening Volgens een deel van de bewoners mag er aan de voorzijde meer gecommuniceerd worden over de positieve milieuconsequenties van een NOM-woning. Ook wil men duidelijkheid over de effecten voor het milieu en bij de woning benodigde gedragsveranderingen. Daarnaast zijn de installaties voor veel mensen nieuw. Daarom is behoefte aan goede informatie over het gebruik, onderhoud en het oplossen van storingen. De bewoners geven aan dat ze het fijn vinden om de meest basale informatie over de installaties te ontvangen in een overzichtelijk naslagwerk. Daarnaast vinden bewoners het prettig dat er duidelijkheid is over wie ze moeten opbellen wanneer er een storing of defect is. Verder wordt aangegeven dat het lastig was om te achterhalen welke vloeren geschikt zijn voor lagetemperatuurverwarming en wat er op de ramen mag worden geplakt. Een goede informatievoorziening over de stoffering en inrichting is dus belangrijk, door bijvoorbeeld het benoemen van een aantal vloertypes dat geschikt is voor lagetemperatuurverwarming.

‘In het begin woog duurzaamheid nog niet mee in onze woningkeuze. Maar toen we de duurzame woningen in Delft zagen, werd dit wel belangrijk. Niet-duurzame woningen vielen toen eigenlijk gelijk af. Positief onderscheid ten opzichte van de rest!’

 ‘We doen het niet puur voor de kostenbesparing. Door een kleine aanpassing van ons gedrag in een duurzame woning leveren we een bijdrage aan een duurzame samenleving.’

Het binnenklimaat en comfort

Het binnenklimaat en het comfort van de woningen worden goed beoordeeld. Ook met winters weer blijft het binnenklimaat aangenaam. Dit type woningen heeft geen last van tocht en buitengeluid, door de goede isolatie. Wel kunnen warmtepompen een storend geluid produceren, met name bij het opwarmen van het boilervat. Dit geldt ook voor de ventilatie wanneer deze op een hoge stand staat.

‘Ik zie gasloos als iets positiefs. Omdat de woning in die zin toekomstbestendig is.’

De bewoners over de duurzaam wonen-thema’s

Verder kwam naar voren dat het wennen is dat de lagetemperatuurverwarming minder snel is te corrigeren dan traditionele centrale verwarming. De controle en het snel wijzigen van de temperatuur worden door een deel van de bewoners ervaren als een gemis. Een gedragsverandering is nodig voor dit verwarmingssysteem. Een ander punt is dat woningen met lagetemperatuurverwarming op de bovenverdiepingen vaak te snel warm worden, terwijl het op de begaande grond te koud blijft. Dit probleem komt voor wanneer de gehele woning wordt ingesteld op dezelfde temperatuur. Dit probleem is niet aanwezig als er gebruik wordt gemaakt van temperatuurregeling per vertrek, waar enkele kopers voor geopteerd hebben.

Gasloos wonen

Het feit dat de woningen gasloos worden opgeleverd, vinden de kopers positief. In hun opinie zijn deze toekomstbestendiger dan traditionele woningen. Deze bevindingen kwamen ook naar voren uit de resultaten van de enquête. Daarnaast zijn de bewoners lovend over het koken op inductie. Het was wel zo dat mensen soms even moesten wennen dat het zo snel en direct werkt. Het eten is daarom al een aantal keer aangebrand bij sommige respondenten. Verder geeft het een veilig gevoel om geen gas in de woning te hebben. Denk hierbij aan brandgevaar, gaslekkages, verbrandingsgevaar kleine kinderen, et cetera.

Hieronder worden de verschillende thema’s van duurzaam wonen nader belicht, vanuit het perspectief van de geïnterviewde bewoners.

Water

Opvallend is dat de meeste respondenten niet veel aandacht geven aan het thema water. Dit geldt voor het waterverbruik, waterverontreiniging en de (regen)waterafvoer. Een enkeling gaf aan bewust maatregelen te hebben getroffen voor de wateropname, zoals een sedumdak op het tuinhuis en het niet bestraten van de gehele tuin. Er zijn geen verdere maatregelen opgenoemd of toegepast door de bewoners zelf, waarmee zij water zouden kunnen besparen en de waterverontreiniging kunnen verminderen. Het waterverbruik wordt niet actief bijgehouden. De heersende gedachte is dat er in Nederland een overvloed aan water is.

Afval

Uit de enquête kwam naar voren dat een meerderheid van de respondenten aan afvalscheiding doet. Dit geldt ook voor de geïnterviewde kopers. Zij zijn bereid om hier nog verder in te gaan door het creëren van ‘mono’-afvalstromen. Denk hierbij aan het apart inzamelen van koffiedrab, harde plastics of aluminiumfolie en andere materialen waarmee het materiaal op een hoogwaardige manier kan worden hergebruikt. Een verdere afvalscheiding voelt als een kleine moeite. Hierbij worden wel voorwaarden genoemd: gemak, geen grotere ruimte-impact, schoon en geurvrij.

Mensen hebben geen zin om 10 minuten te lopen of fietsen met een bakje afval of dat ze dit thuis op een onhandige plek moeten opbergen. Verder gaf een respondent aan dat het belangrijk is om de consequenties van het gedrag voor het milieu duidelijk te maken.

‘In ons vorige huis deden we al aan afvalscheiding. Ik zou afval best nog verder willen scheiden. Bijvoorbeeld koffiedrab apart inzamelen. Als dit maar goed gefaciliteerd wordt.’

Materiaal

Uit de interviews bleek dat niet alle respondenten op de hoogte waren van circulair materiaalgebruik en het ‘Cradle to Cradle’-principe waarbij materialen na hun levensduur als grondstof voor nieuwe producten dienen. Na een uitleg hierover waren de meeste respondenten positief. Ze gaven aan open te staan voor een woning die circulair is gebouwd met bouwmaterialen met een minimale milieu impact. Daarnaast werd aangegeven dat de levensduur van het object zwaarder weegt dan of het materiaal opnieuw te gebruiken is. Wanneer de materialen al na tien à twintig jaar lelijk zijn of aan vervanging/onderhoud toe, dan kiezen sommige liever voor materialen met een langere levensduur. Een aantal bewoners vraagt zich ook af wat duurzaam materiaalgebruik is. Ze stellen kritische vragen wat betreft de gehele cyclus. Wat is de milieu-impact van het mijnen, telen, produceren, transporteren, levensduur, schadelijkheid en herbruikbaarheid van de materialen? Sommige respondenten keken om deze reden met een kritische blik naar zonnepanelen uit China. Tenslotte werd materiaalgebruik met gezondheid geassocieerd. In bepaalde bouwmaterialen zoals pvc zitten chemische stoffen die ongezond kunnen zijn.

‘Zonnepalen worden als duurzaam bestempeld, maar is dit wel zo? Ze worden geproduceerd in China met schaarse grondstoffen en vervolgens over de halve wereld getransporteerd!’

 

Bewoners NOM-woning AM

Comfort

Comfort is een subjectief thema en iedereen ervaart dit op zijn eigen manier. Er kan een spanningsveld bestaan tussen duurzaam gedrag en comfort. Zo wordt de waterbesparende douchekop door velen als een flinke aanslag op het comfort ervaren. Verder geven de bewoners aan bereid te zijn om aan de slag te gaan met duurzaamheid wanneer hier niet te veel comfort voor hoeft te worden ingeleverd.

Gezondheid

Zowel uit de enquêtes als uit de interviews blijkt dat gezondheid als thema niet echt leeft. Niet iedereen is zich even bewust van noodzaak van een goede ventilatie voor de luchtkwaliteit. Wanneer mensen zich hier wel bewust van zijn, maken zij zich druk om de capaciteit van de ventilatiesystemen in relatie tot de grootte van de woning en het aantal bewoners. Ook het bedieningsgemak wat betreft het aantal bedieningspanelen wordt genoemd. Een dilemma dat hierbij naar voren komt, is de luchtkwaliteit versus het energieverbruik. NOM-woningen beschikken vaak over een ‘energiebundel’, waarbij gedrag wordt voorschreven en hoe de systemen bediend moeten worden. Voor het ventilatiesysteem wordt bijvoorbeeld voorgeschreven dat er geventileerd dient te worden op een bepaalde stand en instelling van het apparaat. Deze stand kan lager zijn dan huishoudens soms nodig hebben, zeker met een groot gezin. Ook voor de woonomgeving wordt gezondheid bijna niet genoemd. Wanneer dit wel gebeurde ging het met name om het groen in de omgeving dat geschikt is om te recreëren en voor kinderen om in te spelen.

Mobiliteit

De kopers in Schoemaker Plantage staan over het algemeen open voor ontwikkelingen rondom elektrisch rijden en deelmobiliteit. Gebruiksgemak en flexibiliteit zijn daarbij echter cruciaal. Men wil op elk moment over een auto kunnen beschikken, om bijvoorbeeld een ziek familielid naar het ziekenhuis te kunnen brengen. Daarnaast is een deelauto als tweede auto een optie, maar door het werk vaak niet heel praktisch. Een eventuele deelauto mag verder niet te ver verwijderd zijn van de woning. Een gebied ‘Zonnepalen worden als duurzaam bestempeld, maar is dit wel zo? Ze worden geproduceerd in China met schaarse grondstoffen en vervolgens over de halve wereld getransporteerd!’ Autoluw maken zonder goedwerkende alternatieven aan te bieden heeft een negatief effect op de aantrekkelijkheid van een gebied.

‘Ik heb geen zin om eerst een kilometer te fietsen voor ik bij mijn deelauto ben.’

‘De techniek moet zich eerst bewijzen in het gebruiksgemak. Wanneer dit op het niveau van Uber is, willen wij graag gebruik maken van deze concepten.’

Duurzaam gedrag en de toekomst

De bewoners geven zelf aan dat ze in hun duurzame woning bewuster zijn geworden van duurzaamheid. Dit uit zich in een beter inzicht in hun energieverbruik en een betere afvalscheiding. Ze geven ook aan bewuster om te gaan met deze stromen en dan met name het energieverbruik. Er is ook een behoefte om de systemen en het energieverbruik in hun woning te monitoren op een app of iets dergelijks. Een mogelijkheid om deze gegevens te vergelijken met hun buren of gemiddelden spreekt erg aan. Op een speelse manier kan hiermee een ‘competitie’-element worden geïntroduceerd. Daarnaast maken de bewoners ook bewustere keuzes maken op andere gebieden naast het wonen, sinds ze in een NOM-woning wonen. Denk hierbij aan mobiliteit, kleding, voedsel en verpakkingsmateriaal. Kijkend naar de toekomst geven de bewoners van Schoemaker Plantage aan veel te zien in de opslag van energie in de eigen woning, met behulp van een accu. Dit mede in relatie tot een smart grid en de opslag in het gebied. Ze hebben het idee dat ze hiermee hun eigen opgewekte energie beter kunnen benutten en het financieel aantrekkelijk wordt wanneer de salderingsregeling wegvalt. Bepalend voor de keuzes zal de ontwikkeling van de techniek zijn, in combinatie met het al dan niet voortbestaan van de huidige salderingsregeling.

 Wilt u het volledige onderzoek van AM Measure ‘Hoe groen wilt u het hebben?’ lezen,  klik hier.

AM - Inspiring Space Inspiring Space
Regulated by RICS
AM is onderdeel van Koninklijke BAM Groep NV © AM 2019