Gedurfde duurzaamheid

Circulariteit als leidend principe

Hoe ziet een leefbare wereld voor ons, onze kinderen en onze kleinkinderen er uit? Dit vraagt om een andere kijk op energie, op mobiliteit, op het (her)gebruik van grondstoffen en op de vraag hoe we in de bebouwde omgeving inspelen op klimaatverandering. Wij plaatsen deze uitdagingen in het hart van onze ontwikkelingen. En leggen de lat van duurzaamheid constant hoger voor ons zelf en onze partners.

Gedurfde duurzaamheid volgens AM

AM ziet het als één van haar kerntaken om duurzaamheid in de gebouwde omgeving concreet vorm te geven. Mooie voorbeelden daarvan zijn de nieuwe wijken Schoemaker Plantage in Delft en Bajes Kwartier in Amsterdam. Schoemaker Plantage (bovenstaand afgebeeld) is een duurzame wijk waar alle woningen straks energieneutraal zijn inclusief huishoudelijk gebruik, dus nul op de meter. De eerste bewoners genieten al van deze duurzame en comfortabele woningen. In Bajes Kwartier laten we met smart energy, circulariteit en mobiliteit zien dat duurzaamheid tot betere woongebieden leidt. Want waar nu nog de Bijlmerbajes staat, verrijst straks een autoluwe wijk met veel groen, tuinen en waterpartijen. En snelle verbindingen met openbaar vervoer. Maar onze aanpak gaat verder. Want hoe kleiner we de cirkels kunnen maken, hoe duurzamer het rendement wordt.

Slim omgaan met onze energie

Bajes Kwartier moet geen energie gaan kosten, integendeel. Het gebied wordt volledig energieneutraal. De woningen zullen extreem goed geïsoleerd zijn. Het grootste deel van de benodigde energie komt van zonnepanelen. Daarnaast zorgen dakelementen met ingebouwde windturbines voor windenergie. Het organisch afval uit de wijk wordt omgezet in warmte en elektriciteit. Duurzame warmtebronnen in de bodem en restwarmte uit het datacenter sluiten we aan op warmtepompen in de gebouwen. Die leveren warmte in de winter en koude in de zomer. Er komen geen aansluitingen op aardgas. Voor wasmachines en afwasapparaten krijgt elk huis een aansluiting met warm water, op temperatuur gebracht met duurzame warmte. Zo levert een slimme aanpak heel wat energie op.

Alles verdient een tweede leven

Bij Bajes Kwartier is circulariteit geen bijzaak maar het leidende principe. Dankzij nieuwe technieken kunnen we al het oude beton – en dat is nogal wat bij complete torens – als elementen hergebruiken en het resterende deel breken, fijnmaken en opnieuw gebruiken. De gevel van de bestaande verbindingsstraat wordt de plint van woongebouwen. Tralies worden pergola’s in de openbare ruimte, celdeuren worden een brug. En de gevels van de gevangenistorens gebruiken we voor nieuwe studentenwoningen. Om kort te gaan: 98% van het materiaal uit de gevangenis wordt hergebruikt binnen en buiten het plan. Want alles verdient een tweede leven.

Vijf kernthema’s

Gedurfde duurzaamheid is één van de vijf kernthema’s aan de hand waarvan AM invulling geeft aan haar missie. De andere vier zijn: Healthy Urban Living & WorkingStad- en gebiedmakerInclusieve stad, en Gelukkig leven. Wij leggen de lat hoog als het gaat om gebieds- en vastgoedontwikkeling. De vijf kernthema’s vormen daarbij het inspirerende uitgangspunt voor onszelf en onze partners. Zo blijven we elkaar inspireren om te komen tot nieuwe oplossingen, die passen bij onze missie: de kwaliteit van onze leefomgeving en daarmee de kwaliteit van leven verbeteren. Inspiring Space!

WP_Query Object
(
    [query] => Array
        (
            [posts_per_page] => 3
            [post__in] => Array
                (
                    [0] => 23362
                    [1] => 24847
                    [2] => 27344
                )

            [post_status] => any
            [orderby] => post__in
        )

    [query_vars] => Array
        (
            [posts_per_page] => 3
            [post__in] => Array
                (
                    [0] => 23362
                    [1] => 24847
                    [2] => 27344
                )

            [post_status] => any
            [orderby] => post__in
            [error] => 
            [m] => 
            [p] => 0
            [post_parent] => 
            [subpost] => 
            [subpost_id] => 
            [attachment] => 
            [attachment_id] => 0
            [name] => 
            [static] => 
            [pagename] => 
            [page_id] => 0
            [second] => 
            [minute] => 
            [hour] => 
            [day] => 0
            [monthnum] => 0
            [year] => 0
            [w] => 0
            [category_name] => 
            [tag] => 
            [cat] => 
            [tag_id] => 
            [author] => 
            [author_name] => 
            [feed] => 
            [tb] => 
            [paged] => 0
            [meta_key] => 
            [meta_value] => 
            [preview] => 
            [s] => 
            [sentence] => 
            [title] => 
            [fields] => 
            [menu_order] => 
            [embed] => 
            [category__in] => Array
                (
                )

            [category__not_in] => Array
                (
                )

            [category__and] => Array
                (
                )

            [post__not_in] => Array
                (
                )

            [post_name__in] => Array
                (
                )

            [tag__in] => Array
                (
                )

            [tag__not_in] => Array
                (
                )

            [tag__and] => Array
                (
                )

            [tag_slug__in] => Array
                (
                )

            [tag_slug__and] => Array
                (
                )

            [post_parent__in] => Array
                (
                )

            [post_parent__not_in] => Array
                (
                )

            [author__in] => Array
                (
                )

            [author__not_in] => Array
                (
                )

            [ignore_sticky_posts] => 
            [suppress_filters] => 
            [cache_results] => 1
            [update_post_term_cache] => 1
            [lazy_load_term_meta] => 1
            [update_post_meta_cache] => 1
            [post_type] => 
            [nopaging] => 
            [comments_per_page] => 50
            [no_found_rows] => 
            [order] => 
        )

    [tax_query] => WP_Tax_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                )

            [relation] => AND
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                )

            [queried_terms] => Array
                (
                )

            [primary_table] => wp_posts
            [primary_id_column] => ID
        )

    [meta_query] => WP_Meta_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                )

            [relation] => 
            [meta_table] => 
            [meta_id_column] => 
            [primary_table] => 
            [primary_id_column] => 
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                )

            [clauses:protected] => Array
                (
                )

            [has_or_relation:protected] => 
        )

    [date_query] => 
    [request] => SELECT SQL_CALC_FOUND_ROWS  wp_posts.ID FROM wp_posts  WHERE 1=1  AND wp_posts.ID IN (23362,24847,27344) AND wp_posts.post_type = 'post' AND ((wp_posts.post_status <> 'trash' AND wp_posts.post_status <> 'auto-draft'))  ORDER BY FIELD(wp_posts.ID,23362,24847,27344) LIMIT 0, 3
    [posts] => Array
        (
            [0] => WP_Post Object
                (
                    [ID] => 23362
                    [post_author] => 7
                    [post_date] => 2018-08-20 09:23:13
                    [post_date_gmt] => 2018-08-20 07:23:13
                    [post_content] => Bij de transformatie van de Bijlmerbajes naar het woongebied Bajes Kwartier[1] in Amsterdam is circulariteit uitgangspunt. Er is een groot circulair team samengesteld dat in een proces van cocreatie probeert de kansen te pakken die hergebruik van bouwmaterialen en een circulair bouwproces bieden. In het team zitten zowel circulaire ontwerpspecialisten van het loopbedrijf en materiaalexperts, als studenten en onderzoekers van de Hogeschool van Amsterdam. Daardoor worden de dilemma’s van hergebruik niet alleen inzichtelijk gemaakt, maar worden ook creatieve oplossingen gezocht om hoogwaardig hergebruik mogelijk te maken.


Circulaire dilemma’s

Met de energietransitie en vooral de verplichting van energieneutrale nieuwbouw, komt de productiekant van de bouwsector onder een vergrootglas te liggen. Die is nu allesbehalve circulair te noemen. De bouwindustrie is een grondstofintensieve sector met een hoge milieubelasting. Voordat die in 2050 volledig circulair draait, is een omslag nodig in denken en doen.[2] Aan de hand van praktijkvoorbeelden duidt dit artikel de drie meest prangende dilemma’s, die een oplossing vergen voordat circulair bouwen de norm kan worden. Dit artikel verscheen eerder in ROm 7-8, juli/augustus 2018 Circulair bouwen kent nog geen eenduidige en alom geaccepteerde methodiek. Het gevaar bestaat dat het woord circulair hierdoor een betekenisloos label wordt. Daarom is het belangrijk om het doel van circulair bouwen continu te spiegelen aan de gekozen oplossingen. In de kern gaat circulair bouwen om het toepassen, ontwerpen en organiseren van de bouw- en vastgoedsector op een wijze waarop de milieu-impact in de hele keten wordt geminimaliseerd; bij nieuwbouw, tijdens de exploitatie, bij verbouw en sloop. De grootste winst is te behalen met het toepassen van materialen die een lage milieubelasting hebben. De schaduwprijsmethode MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) van het Rijk biedt hier al een methode voor[3]. Vervolgens is het zaak om hergebruik van materialen mogelijk te maken gedurende de levensloop en bij sloop van gebouwen. Zowel qua milieubelasting als financieel is de meeste winst te behalen door systeemelementen als gevelpanelen, kozijnen en kolommen als geheel te hergebruiken. Tot slot vraagt hergebruik om een organisatie die de functionele waarde van gebouwelementen opslaat. Dat kan met een gebouwelementenpaspoort bijvoorbeeld via het Circular Building Platform dat tevens het beoogde platform wordt voor de handel in gebouwelementen[4]. Figuur 1 geeft schematisch de drie onderdelen weer van een circulaire bouw- en vastgoedsector.

Reorganisatie van de bouwkolom

Om een circulaire bouw- en vastgoedsector mogelijk te maken is een radicale reorganisatie nodig van de huidige bouwpraktijk, in de organisatie van en rolverdeling in de bouwkolom. Zo stuurt Coert Zachariasse van de Delta Development Group als ontwikkelaar actief op het toepassen van circulaire cradle-to-cradlebouwmaterialen. Voor de bouw van kantoren in Park 2020[5] in de gemeente Haarlemmermeer, betrekt hij uitsluitend leveranciers die circulaire producten kunnen leveren[6]. Hij is een uitzondering. De meeste inkoopafdelingen bij aannemers kennen nog lang niet altijd de laatste circulaire producten, laat staan dat ze die inkopen. Het Cradle 2 Cradle-label helpt daar natuurlijk bij, maar om circulariteit in de bouwkolom verder te brengen zijn er veel meer circulaire inkoopspecialisten nodig.

Veranderen van heersende bouwmethoden

Een volgend dilemma is de bouwmethodiek. De wijze waarop we in Nederland bouwen, past niet bij circulaire principes. Beton en cement hebben een zeer hoge milieu-impact. Een echt circulair gebouw minimaliseert het aandeel beton en cement daarom zoveel mogelijk. En de betonnen onderdelen die dan nog overblijven dienen dan op zijn minst prefab te worden toegepast en herbruikbaar te zijn. Hetzelfde geldt voor andere bouwmaterialen en gebouwonderdelen, van verven tot installaties, van isolatiemateriaal tot dakbedekking. Het circulaire paviljoen Circl[7] op de Zuidas is een actueel voorbeeld waar circulair bouwen tot in de details is doorgevoerd. Dat kon omdat opdrachtgever ABN AMRO specifiek vroeg om een gebouw dat circulair is en dus niet conform conventionele bouwmethoden kon worden gebouwd. De circulaire doelstelling heeft daar geleid tot beperkte toepassing van beton in de kelder en draagstructuur, en daarvoor in de plaats het toepassen van houten draagbalken en wandconstructies.

Herwaardering van materialen

Tot slot is een herwaardering nodig van nieuwe en oude gebouwelementen en materialen. Nieuwe materialen zijn relatief goedkoop. Dat komt omdat de milieulast niet in de prijs wordt doorberekend en wel in de totale MilieuPrestatie van gebouwen (MPG). Die norm van 1.0 is nu zo ruim dat hergebruik van bestaande materialen, kostbaar door de benodigde bewerkingen en opslag voor hergebruik, niet kan concurreren met nieuwe materialen. Tegelijkertijd zijn er veel kansen. Zo kan een andere bouw- en vastgoedpraktijk leiden tot nieuwe waarderingsvormen van vastgoed. Denk aan een hogere restwaarde voor circulaire gebouwen, gebouwonderdelen met een terugkoopregeling, of die in eigendom blijven van leveranciers. Hoewel dit nog prematuur is zal een andere waardering van een circulaire bouw- en vastgoedpraktijk een belangrijk fundament zijn voor een vastgoedwereld waarin circulariteit de norm wordt.

Maarten Markus 

Maarten Markus is als Projectmanager Duurzaamheid betrokken bij gebiedsontwikkelingen van AM, waaronder Bajes Kwartier, Amsterdam. [1] http://www.bajeskwartier.com/ [2] Zie ook het Rijksbrede programma Circulaire Economie ‘Nederland Circulair in 2050’ (Rijksoverheid, 2016) [3] MilieuPrestatie Gebouwen – MPG (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels-gebouwen/nieuwbouw/milieuprestatie-gebouwen [4] BAM ontwikkelt circulaire marktplaats voor de bouw (Cobouw, 2017). https://www.cobouw.nl/utiliteitsbouw/nieuws/2017/09/bam-ontwikkelt-marktplaats-voor-de-bouw-101252279 [5] http://www.park2020.com/ [6] De meetbare duurzaamheid van Coert Zachariasse (Cobouw, 2017) [7] https://circl.nl/ Dit artikel is eerder gepubliceerd in ROm.  [post_title] => Circulaire dilemma’s [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => closed [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => circulaire-dilemmas [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2018-08-20 14:51:27 [post_modified_gmt] => 2018-08-20 12:51:27 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.am.nl/?p=23362 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [1] => WP_Post Object ( [ID] => 24847 [post_author] => 10 [post_date] => 2018-10-02 15:51:57 [post_date_gmt] => 2018-10-02 13:51:57 [post_content] => AM is een integrale gebiedsontwikkelaar en bij elk project vragen wij ons af ‘Welke toegevoegde waarde kunnen we leveren?’ Ons doel is om gemixte en multifunctionele gebieden te ontwikkelen die als geheel aantrekkelijk zijn en bewoners veel te bieden hebben. Als blijkt dat het stapje extra dat wij zetten resulteert in mooie projecten als Hof van Holland, dan is dat een bevestiging dat we op de goede weg zijn. Als marktpartij kunnen we dit uiteraard niet alleen, lokale overheden hebben hierin een belangrijke taak. De kracht van een stad is niet vanzelfsprekend. Er moet met visie en daadkracht gewerkt worden! AM en VanWonen hebben onlangs samen de prijsvraag voor het centrumgebied Hof van Holland met het plan gewonnen, Hart van de Waalsprong. Na een jaar hard aan de prijsvraag voor de ontwikkeling van Hof van Holland gewerkt te hebben, mochten AM en VanWonen deze zomer bekend maken dat het bedrijf deze ontwikkeling van 11.500m2 commerciële ruimte, 450 woningen en bijbehorende parkeerfaciliteiten mag gaan realiseren. Een van de bepalende factoren was het duurzame en toekomstbestendige karakter van het plan, zoals het eerste energieneutrale winkelcentrum, waarmee AM haar duurzaamheidsambities waarmaakt. De eerste schep gaat in 2020 de grond in.

Dialoog

Voor de prijsvraag had de gemeente Nijmegen voor een zogenaamde ‘concurrentiegerichte dialoog’ gekozen. Wat betekent dat? Thijs Huis in het Veld, senior ontwikkelingsmanager bij AM: ‘Dat houdt in dat je met de gemeente op verschillende momenten de ontwikkeling van je plan bespreekt. Daar krijg je dan feedback op en kan er bijgestuurd worden. Het is een methode die steeds vaker wordt toegepast en heeft voor de uitschrijvende partij als voordeel dat deze meer ruimte heeft om bij te sturen, om zo optimaal de creativiteit aan de zijde van de ontwikkelaar te gebruiken. Het kan dan zomaar zijn dat het eindresultaat anders, wellicht beter is dan dat tevoren verwacht was.’ De eerste horde was de projectkwalificatie: ‘Daarin zijn we met zeven partijen gestart en daarvan zijn er drie naar de tweede ronde doorgegaan. We hebben hier met een team van zo’n vijftig mensen een jaar aan gewerkt. Dus er is behoorlijk wat tijd en energie in gaan zitten. Uiteindelijk hebben we gewonnen op alle criteria.

Inhaalslag

De Waalsprong is een nieuwe en zelfvoorzienende stadswijk die bij de Waal ontwikkeld wordt. De wijk zal uiteindelijk zo’n 30.000 mensen tellen. Het centrumgebied Hof van Holland wordt het hart van de wijk. Jan Ruitenberg ziet nieuwe kansen voor de retailmarkt door druk op de woningmarkt van grote steden. Dit geldt ook voor de Nijmegenaars die de ‘Waalsprong’ maken. Sommige wonen er al een tijdje en voor hen vinden wij het belangrijk om een inhaalslag maken op het voorzieningenniveau. Dit past binnen ons thema ‘Stad- en gebiedmaker’. Jan Ruitenberg: ‘Van dit soort ‘greenfield ontwikkelingen’ zie je er niet veel meer in Nederland. En het kan natuurlijk alleen op plekken waar het draagvlak te verwachten is. Zoals hier bij Hof van Holland, waar de groei in woningontwikkelingen het draagvlak voor de andere functies vormt. We zien datzelfde bij onze ontwikkeling, in samenwerking met Heijmans Vastgoed, Hoog Dalem in Gorinchem. Een autonome groei van winkelcentra is vandaag de dag zeldzaam geworden.’

Oog voor de toekomst

Bij de ontwikkeling van Hof van Holland staat ‘toekomstgerichtheid’ centraal. Wat betekent dat concreet? Hart van de Waalsprong wordt een duurzame, bruisende stadswijk met een uitgesproken eigentijds karakter. Met grondgebonden (stads)woningen, koop- en huurappartementen en sociale huurwoningen is er genoeg diversiteit. De wijk wordt een ‘gemengd stadje’ voor iedereen en met veel aandacht voor duurzaamheid. Thijs Huis in het Veld: ‘Dat betekent bijvoorbeeld dat de hele wijk energieneutraal wordt.’ Hart van de Waalsprong moet ook een ‘energieneutraal stadje’ worden met het meest duurzame winkelcentrum van Nederland. Niet alleen de woningen, maar dus ook de winkels en dat laatste is denk ik wel uniek. Dit is mogelijk door onder andere toepassing van zonnepanelen. Er is sprake van zichtbare duurzaamheid middels zonnepergola’s en innovatieve wadi’s, maar ook door de openbare tuinen, groene daken en waterpartijen. Ook is er sprake van duurzame mobiliteitsoplossingen. De gezamenlijke elektrische auto’s slaan energie op die eventueel ’s avonds weer gebruikt kan worden.

Duurzame gemeente

Was dit een eis van de gemeente? Jan Ruitenberg: ‘De gemeente heeft niet specifiek aan ons gevraagd om een duurzaam winkelcentrum te ontwerpen. Vooral het begrip ‘kwaliteit’ stond centraal in de briefing. Toch heeft de gemeente Nijmegen duurzaamheid hoog in het vaandel staan: niet voor niets is de stad dit jaar Green Capital van Europa. Maar ook AM heeft dit als rode draad door al haar ontwikkelingen lopen; van Bajes Kwartier tot Haarzicht en van CROSSOVER tot MERWEDE. We leggen de lat altijd bewust een stapje hoger en spreken daarom over ‘gedurfde duurzaamheid’. Dat zie je terug in de uitwerking van ons plan en de gemeente waardeert dat.’ Voor Hof van Holland wordt ingezet op mixed use: het mengen van werken, wonen en winkelen. Het accent komt te liggen op winkels waar de consument regelmatig naar toe moet, dus vooral winkels in de dagelijkse sector plus horeca. Ook de zorg- en maatschappelijke functies worden van meet af aan meegenomen. ‘Het verzorgingsgebied is nogal bijzonder, omdat het geen natuurlijke aansluiting op de stad en het kernwinkelapparaat heeft’ zegt Jan Ruitenberg. ‘Daarom moeten we veel aandacht besteden aan het creëren van een eigen hart met een geheel eigen (groen & water) karakter en dus bezoekmotieven combineren. Hof van Holland wordt de kern van deze wijk en ook een terrasje pakken kan straks zonder dat je naar het centrum van Nijmegen moet gaan.’ Thijs Huis in het Veld: ‘Voor de horeca kijken we naar lokale partijen die Nijmegen goed kennen en die hun bewezen concepten naar de andere kant van de rivier kunnen brengen.’

De Inclusieve Stad

‘Gedurfde duurzaamheid’ is een reeds genoemd thema, een andere is de ‘Inclusieve Stad’. Wat wordt daaronder verstaan? Thijs Huis in het Veld: ‘Dat heeft te maken met diversiteit. Als je kijkt naar de wijk Waalsprong dan zie je dat er al veel jonge gezinnen wonen en nog komen wonen. Maar we streven naar een bredere mix. Qua woningaanbod komen er dan ook sociale woningen, beleggers-huurwoningen, zorgwoningen en een flink aantal koopwoningen. Die laatste groep is heel divers met zowel grote als kleinere woningen aan de watersingel. Tevens komen er loftwoningen die het voor de woonconsument mogelijk maken om een bijzondere woonsfeer te creëren. Die zijn interessant voor bijvoorbeeld net afgestudeerde jonge mensen. Nijmegen als universiteitsstad levert jaarlijks een flink aantal afgestudeerden af, maar voor hen is er eigenlijk nauwelijks een geschikt woningaanbod. De gemeente wil deze groep graag vasthouden en wij bieden daar in ons programma oplossingen voor. Verder kijken we ook naar de doelgroep ‘empty nesters’. Deze mensen willen vaak in de buurt van de reuring wonen, maar hecht ook waarde aan recreatiemogelijkheden.’ Voorts wordt er ook nagedacht over een ander belangrijke thema bij AM ‘Healthy Urban Living and Working’. Jan Ruitenberg: ‘Onze landschapsadviseur heeft dit aspect nadrukkelijk in het plan opgenomen en we maken daarmee onder andere het gebruik van de fiets bijzonder gemakkelijk. Want de fiets wordt in het algemeen wel erkend als belangrijk en gezond vervoermiddel, maar lang niet altijd wordt het fietsgebruik goed gefaciliteerd. Hier wordt van meet af aan de fiets in de plannen meegenomen en krijgt echt z’n plek in dit centrumontwerp.’ Zo worden de winkels op een logische manier ontsloten op de bestaande fietsroutes. Er worden ruime fietsparkeerplaatsen op logische plekken gemaakt. En er worden elektrische (bak)fietsen in de mobiliteitsoplossing van We Drive Solar geleverd (zie hieronder).

Mobiliteit

En dan is aansluiten hierop het trefwoord mobiliteit. De toekomstige bewoners krijgen een abonnement aangeboden op deelmobiliteit. Zij kunnen hiermee beschikken over elektrische auto’s én fietsen. En qua auto’s zijn het niet alleen kleine modellen als de ZOE, maar ook grotere als de Tesla. Waarom deze aanpak? Thijs Huis in het Veld: Mensen die nog geen (tweede) auto hebben willen we verleiden om kennis te maken met de elektrische auto, waardoor ze mogelijk geen auto met brandstofmotor zullen aanschaffen. Dat stimuleren we dus. De elektrische auto’s maken daarbij ook deel uit van het energieplan in de wijk: ze kunnen zowel laden als ontladen in het grid. Door te werken met zonnepanelen kan een flink deel van de benodigde elektriciteit duurzaam opgewekt worden. Een speciale app verhoogt hierbij het gebruiksgemak.’

Duurzaamheid en retailers

De wijk Waalsprong wordt gasloos aangelegd en dat geldt zowel voor de woningen als de winkels. Nu is de implementatie van duurzaamheid richting winkels nog geen vanzelfsprekendheid. Hoe gaat AM daarmee om? Thijs Huis in het Veld (L) en Jan Ruitenberg bij de maquette van Hof van Holland Jan Ruitenberg: ‘De duurzaamheidsslag naar de retailer is inderdaad een ander verhaal. Want meestal regelt de retailer z’n eigen installaties, z’n eigen energievoorziening en duurzaamheidsmaatregelen. We willen dat nu vanaf het begin toch al als ontwikkelaar meenemen en er samen met de retailer voor zorgen dat dit een gunstig effect heeft op de exploitatie van de winkel. Denk aan verwarming, koeling en verlichting. Maar het is natuurlijk zo dat we hier pas mee kunnen starten als de retailer die handdoek oppakt en eraan mee wil werken. Grotere retailers zijn hier vaak al mee bezig, kleinere retailers willen we hiermee gaan helpen.’ Thijs Huis in het Veld: ‘Via de huurcontracten wordt ook met een Greenlist gewerkt. Daarin staat hoe de huurder met energie moet omgaan. Daarnaast zullen we energiezuinige verlichting gaan voorschrijven. En voor bijvoorbeeld warmeluchtgordijnen kan de retailer gebruik maken van elektra of het stadsnet met hoge-temperatuur water.’

Planning

Voor het Hof van Holland gaat in 2020 de eerste schep de grond in. In 2021 is dan waarschijnlijk fase 1 gereed en het totale plan in 2024. Jan Ruitenberg: ‘Vanuit eerdere projecten heeft de wijk Waalsprong al een fors aantal inwoners. Voor deze mensen zijn er nog geen voorzieningen. We overwegen om al snel tijdelijke winkels op de nieuwe plek neer te zetten, zodat de mensen alvast aan de locatie kunnen wennen. Want Hof van Holland wordt straks het centrumgebied voor iedereen uit de Waalsprong.’ De projectwebsite is te vinden op: www.hartvandewaalsprong.nl Dit artikel is eerder verschenen in Shopping Centre NEWS 4-2018 [post_title] => `We leggen de lat altijd bewust een stapje hoger en spreken daarom over gedurfde duurzaamheid. Dat zie je terug in de uitwerking van ons plan' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => closed [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => in-nijmegen-komt-eerste-energieneutrale-winkelcentrum-van-nederland [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2018-10-08 13:57:35 [post_modified_gmt] => 2018-10-08 11:57:35 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.am.nl/?p=24847 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [2] => WP_Post Object ( [ID] => 27344 [post_author] => 7 [post_date] => 2019-03-26 09:14:10 [post_date_gmt] => 2019-03-26 08:14:10 [post_content] => Gedurfde duurzaamheid bij AM betekent een grote stap zetten voor het klimaat. Als eerste gaat hij naar Schoemaker Plantage in Delft met 600 nul op de meter woningen waar hij de projectontwikkelaar Han van Seumeren spreekt. Gedurfde duurzaamheid is meer dan energie alleen, het gaat ook over hoe wij omgaan met het veranderende klimaat. Vanuit Professor Schoemaker Plantage in Delft neemt Maarten ons mee naar Rijswijk Buiten waar hij  Frank Vonk, landschapsarchitect, spreekt over dit prachtige project en het klimaat. Ook mobiliteit is een belangrijk onderwerp bij duurzaamheid. Dit betekent minder autogebruik, met name in de steden. Maarten Markus bezoekt als derde project Merwede in Utrecht. Hij spreekt daar Tijmen Hamerslag, ontwikkelingsmanager AM, die ons vertelt dat er fors ingezet gaat worden op alternatieve vormen van mobiliteit. Tenslotte bezoekt Maarten Markus het nieuw te ontwikkelen groene gezonde stuk stad, Bajes Kwartier, in Amsterdam, waar hij ontwikkelingsmanager Eva Hekkenberg spreekt over circulair ontwikkelen en de rol van de ontwikkelaar hierin.  [playlist type="video" tracklist="false" ids="27422"] [post_title] => Reportage: Vier keer gedurfde duurzaamheid volgens AM [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => closed [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => reportage-over-gedurfde-duurzaamheid [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-03-26 09:18:16 [post_modified_gmt] => 2019-03-26 08:18:16 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.am.nl/?p=27344 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) ) [post_count] => 3 [current_post] => -1 [in_the_loop] => [post] => WP_Post Object ( [ID] => 23362 [post_author] => 7 [post_date] => 2018-08-20 09:23:13 [post_date_gmt] => 2018-08-20 07:23:13 [post_content] => Bij de transformatie van de Bijlmerbajes naar het woongebied Bajes Kwartier[1] in Amsterdam is circulariteit uitgangspunt. Er is een groot circulair team samengesteld dat in een proces van cocreatie probeert de kansen te pakken die hergebruik van bouwmaterialen en een circulair bouwproces bieden. In het team zitten zowel circulaire ontwerpspecialisten van het loopbedrijf en materiaalexperts, als studenten en onderzoekers van de Hogeschool van Amsterdam. Daardoor worden de dilemma’s van hergebruik niet alleen inzichtelijk gemaakt, maar worden ook creatieve oplossingen gezocht om hoogwaardig hergebruik mogelijk te maken.

Circulaire dilemma’s

Met de energietransitie en vooral de verplichting van energieneutrale nieuwbouw, komt de productiekant van de bouwsector onder een vergrootglas te liggen. Die is nu allesbehalve circulair te noemen. De bouwindustrie is een grondstofintensieve sector met een hoge milieubelasting. Voordat die in 2050 volledig circulair draait, is een omslag nodig in denken en doen.[2] Aan de hand van praktijkvoorbeelden duidt dit artikel de drie meest prangende dilemma’s, die een oplossing vergen voordat circulair bouwen de norm kan worden. Dit artikel verscheen eerder in ROm 7-8, juli/augustus 2018 Circulair bouwen kent nog geen eenduidige en alom geaccepteerde methodiek. Het gevaar bestaat dat het woord circulair hierdoor een betekenisloos label wordt. Daarom is het belangrijk om het doel van circulair bouwen continu te spiegelen aan de gekozen oplossingen. In de kern gaat circulair bouwen om het toepassen, ontwerpen en organiseren van de bouw- en vastgoedsector op een wijze waarop de milieu-impact in de hele keten wordt geminimaliseerd; bij nieuwbouw, tijdens de exploitatie, bij verbouw en sloop. De grootste winst is te behalen met het toepassen van materialen die een lage milieubelasting hebben. De schaduwprijsmethode MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) van het Rijk biedt hier al een methode voor[3]. Vervolgens is het zaak om hergebruik van materialen mogelijk te maken gedurende de levensloop en bij sloop van gebouwen. Zowel qua milieubelasting als financieel is de meeste winst te behalen door systeemelementen als gevelpanelen, kozijnen en kolommen als geheel te hergebruiken. Tot slot vraagt hergebruik om een organisatie die de functionele waarde van gebouwelementen opslaat. Dat kan met een gebouwelementenpaspoort bijvoorbeeld via het Circular Building Platform dat tevens het beoogde platform wordt voor de handel in gebouwelementen[4]. Figuur 1 geeft schematisch de drie onderdelen weer van een circulaire bouw- en vastgoedsector.

Reorganisatie van de bouwkolom

Om een circulaire bouw- en vastgoedsector mogelijk te maken is een radicale reorganisatie nodig van de huidige bouwpraktijk, in de organisatie van en rolverdeling in de bouwkolom. Zo stuurt Coert Zachariasse van de Delta Development Group als ontwikkelaar actief op het toepassen van circulaire cradle-to-cradlebouwmaterialen. Voor de bouw van kantoren in Park 2020[5] in de gemeente Haarlemmermeer, betrekt hij uitsluitend leveranciers die circulaire producten kunnen leveren[6]. Hij is een uitzondering. De meeste inkoopafdelingen bij aannemers kennen nog lang niet altijd de laatste circulaire producten, laat staan dat ze die inkopen. Het Cradle 2 Cradle-label helpt daar natuurlijk bij, maar om circulariteit in de bouwkolom verder te brengen zijn er veel meer circulaire inkoopspecialisten nodig.

Veranderen van heersende bouwmethoden

Een volgend dilemma is de bouwmethodiek. De wijze waarop we in Nederland bouwen, past niet bij circulaire principes. Beton en cement hebben een zeer hoge milieu-impact. Een echt circulair gebouw minimaliseert het aandeel beton en cement daarom zoveel mogelijk. En de betonnen onderdelen die dan nog overblijven dienen dan op zijn minst prefab te worden toegepast en herbruikbaar te zijn. Hetzelfde geldt voor andere bouwmaterialen en gebouwonderdelen, van verven tot installaties, van isolatiemateriaal tot dakbedekking. Het circulaire paviljoen Circl[7] op de Zuidas is een actueel voorbeeld waar circulair bouwen tot in de details is doorgevoerd. Dat kon omdat opdrachtgever ABN AMRO specifiek vroeg om een gebouw dat circulair is en dus niet conform conventionele bouwmethoden kon worden gebouwd. De circulaire doelstelling heeft daar geleid tot beperkte toepassing van beton in de kelder en draagstructuur, en daarvoor in de plaats het toepassen van houten draagbalken en wandconstructies.

Herwaardering van materialen

Tot slot is een herwaardering nodig van nieuwe en oude gebouwelementen en materialen. Nieuwe materialen zijn relatief goedkoop. Dat komt omdat de milieulast niet in de prijs wordt doorberekend en wel in de totale MilieuPrestatie van gebouwen (MPG). Die norm van 1.0 is nu zo ruim dat hergebruik van bestaande materialen, kostbaar door de benodigde bewerkingen en opslag voor hergebruik, niet kan concurreren met nieuwe materialen. Tegelijkertijd zijn er veel kansen. Zo kan een andere bouw- en vastgoedpraktijk leiden tot nieuwe waarderingsvormen van vastgoed. Denk aan een hogere restwaarde voor circulaire gebouwen, gebouwonderdelen met een terugkoopregeling, of die in eigendom blijven van leveranciers. Hoewel dit nog prematuur is zal een andere waardering van een circulaire bouw- en vastgoedpraktijk een belangrijk fundament zijn voor een vastgoedwereld waarin circulariteit de norm wordt.

Maarten Markus 

Maarten Markus is als Projectmanager Duurzaamheid betrokken bij gebiedsontwikkelingen van AM, waaronder Bajes Kwartier, Amsterdam. [1] http://www.bajeskwartier.com/ [2] Zie ook het Rijksbrede programma Circulaire Economie ‘Nederland Circulair in 2050’ (Rijksoverheid, 2016) [3] MilieuPrestatie Gebouwen – MPG (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels-gebouwen/nieuwbouw/milieuprestatie-gebouwen [4] BAM ontwikkelt circulaire marktplaats voor de bouw (Cobouw, 2017). https://www.cobouw.nl/utiliteitsbouw/nieuws/2017/09/bam-ontwikkelt-marktplaats-voor-de-bouw-101252279 [5] http://www.park2020.com/ [6] De meetbare duurzaamheid van Coert Zachariasse (Cobouw, 2017) [7] https://circl.nl/ Dit artikel is eerder gepubliceerd in ROm.  [post_title] => Circulaire dilemma’s [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => closed [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => circulaire-dilemmas [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2018-08-20 14:51:27 [post_modified_gmt] => 2018-08-20 12:51:27 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.am.nl/?p=23362 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [comment_count] => 0 [current_comment] => -1 [found_posts] => 3 [max_num_pages] => 1 [max_num_comment_pages] => 0 [is_single] => [is_preview] => [is_page] => [is_archive] => [is_date] => [is_year] => [is_month] => [is_day] => [is_time] => [is_author] => [is_category] => [is_tag] => [is_tax] => [is_search] => [is_feed] => [is_comment_feed] => [is_trackback] => [is_home] => 1 [is_404] => [is_embed] => [is_paged] => [is_admin] => [is_attachment] => [is_singular] => [is_robots] => [is_posts_page] => [is_post_type_archive] => [query_vars_hash:WP_Query:private] => b2d6554d76d47039e318c58e1a118ba8 [query_vars_changed:WP_Query:private] => [thumbnails_cached] => [stopwords:WP_Query:private] => [compat_fields:WP_Query:private] => Array ( [0] => query_vars_hash [1] => query_vars_changed ) [compat_methods:WP_Query:private] => Array ( [0] => init_query_flags [1] => parse_tax_query ) )
AM - Inspiring Space Inspiring Space
Regulated by RICS
AM is onderdeel van Koninklijke BAM Groep NV © AM 2019