Herfstlezing Mariet Schoenmakers Rotterdamse Academie van Bouwkunst – Deel 2 De stad is een levend organisme

Dordrecht wordt omringd door water, op ‘het Eiland van Dordrecht’, en heeft zelfs via het Wantij een verbinding met de Biesbosch. Omdat we niet via waterwegen rijden, kent diegene die Dordrecht passeert niet dit karakter van deze stad. Door de ferry weten ze in Rotterdam dat Dordt bij hen hoort. En de voorkant aan het water ligt, vanaf het water gezien moet worden. De geografie van de stad en de veranderingen daarin zijn de geschiedenis. Bij het maken van het stadsontwerp voor Stadswerven ging het erom deze historische verankering, stad in het water, een vorm te geven. En daarin een proces te hebben samen, gemeente en private partners, waarin we die zoektocht konden doen. Dat is niet een blinde ambitie naar zogenaamde stedelijkheid, maar een denken en schetsen wat de essentie van die plek nu en straks is, met welke functies. De plattegrond van Dordt is met het water vergroeid. We zochten en gaven ontwerpers de vrijheid dit te onderzoeken. Allereerst stellen we ons dus de vraag wat deze stad is en nodig heeft, en wat de waarden zijn van de functies die een plek zoeken. Dordrecht heeft steeds het water opgezocht, en clustergewijs geoccupeerd, als een levend organisme. Dat zien we ook bij Villa Augustus, de plek aan het water geeft betekenis, het inspireert een ondernemer tot gestold geheugen van de watertoren in een nieuwe plek van de stad. Zo kunnen we ook clustergewijs Stadswerven bouwen. Zodat wat we nu gaan ontwikkelen het water opzoekt en zich er niet van afkeert. Daarbij hebben we allereerst gefilosofeerd wat de relatie van dit gebied met de stad is, wat wordt dit voor stuk stad, waar is behoefte aan. De positie vlak naast de krappe binnenstad geeft de kans het te zien als uitbreiding van deze way of life. Daarom is de plek van de brug, überhaupt een brug!, cruciaal, die keuze bepaalt de dagelijkse gang van zaken. Daarmee begonnen we, met die beslissing.

 De positie van het schiereiland midden tussen stedelijke (drukke) fenomenen op een terrein in ombouw vraagt om een bewoner die dat intrigeert, die deel wil zijn van die transformatie. Daarom dat primair gekeken is naar de routing en de openbare ruimte. De straten, de kaden, de pleinen zijn gecomponeerd met het typologisch onderzoek als onderlegger, om te weten wat de opties zijn voor het type woonmilieu. De opbouw in buurten gaat parallel aan de uitvoering van civiele werken en een realistische fasering. De ruimtelijke en beeldkwaliteit wordt stap voor stap vastgelegd in separate documenten per fase, gekoppeld aan de directe uitvoering. Er is een daadwerkelijk gesprek samen waarover de architectuur moet gaan, wat de boodschap is die het uitzendt over de identiteit van de plek en de bewoner. We praten samen over de zeggingskracht van architectuur, delen dat met elkaar, opdrachtgever, stad en welstand en inspireren de architect, zodat zijn eerste schetsen precies zijn wat iedereen hoopte.

Intussen is er de tijdelijke ordening mede door de gemeente: de Ark van Noach ligt er, compleet met parkeerterrein, de Biesboschhal is opgeknapt. Stadswerven  bestáát.

Nu gaan we onze klanten benaderen, bewoners die mogen meepraten over hun huis. We doen het voorzichtig, we zoeken een klein groepje pioniers. Dit is een andere manier van werken, kleinschalig met de eindgebruiker samen, dat is wel leren voor veel mensen in onze organisatie die anders gewend zijn.

0 reacties